Auteurs: Eric Randall en Laurent Lavaur
Uitgever: Ludodélire, 1990 & Eurogames-Descartes, 1997 & 999 Games, 1997
Aard: parcours, simulatie
Aantal spelers: 2 tot 10
Duur: 45-360 minuten
Balans: taktiek OXOOO geluk
Taal: Frans, Duits & Nederlands
Onderscheidingen: -
De spelers racen met formule I wagens over het circuit, en proberen door juist te schakelen en de limieten van de raceauto te kennen, als eerste te finishen.
Elke ronde mag degene die op kop ligt als eerste rijden. Aan het begin van je beurt mag je 1 versnelling omhoog of omlaag schakelen. Daarna gooi je de dobbelsteen en in een tabel kun je aflezen hoeveel hokjes je moet bewegen. Hoe hoger de versnelling, hoe meer vakjes je vooruit gaat. Je mag zo hard als je kunt, maar je moet wel rekening houden met de bochten. Bij elke bocht staat in een vlaggetje aangegeven hoe vaak je daar je beurt moet eindigen. Als je weet dat je in de 6e versnelling 21 tot 30 hokjes vooruit gaat, kun je je natuurlijk voorstellen dat je in een bocht van 12 hokjes niet 2 keer kunt stoppen.
Als je niet in de bocht kan stoppen, dan moet je je remmen of je banden slijten. Door te remmen verplaats je een aantal vakjes minder, zodat je toch in de bocht kunt stoppen. Als je in een te hoge versnelling op een bocht afstorm, dan kan je geforceerd terugschakelen, maar dat kan maar slechts een beperkt aantal malen.
Tijdens het racen kan je schade krijgen aan je Carosserie, Banden, Remmen, Motor & Verbruik. Uiteraard is het mogelijk een pitstop te maken. Daar krijg je al je banden meteen weer terug. En als je wat langer blijft, kun je ook nog wat andere zaken laten repareren. Soms ben je echter genoodzaakt de pits over te slaan, bijvoorbeeld omdat het er te druk is. In dat geval kun je wel eens een groot probleem hebben en voorzichtiger moeten rijden.
Degene die als eerste over de finishlijn is gereden, nadat het vereist aantal rondes zijn afgelegd, is natuurlijk de overwinnaar !
FAQs: